Natuurwandeling "het laarzenpad".

We vertrekken vanaf Heistraat 170 in Sprang-Capelle. De auto kan naast de weg geparkeerd worden. Volg het zandpad.
Je komt eerst bij het Halve Zolenpad. Dit pad is zo genoemd omdat er vroeger een spoorlijn over het Halve Zolen pad liep. Dit spoor heette het ‘halve zolenlijntje’ want de trein die hier vroeger reed, vervoerde schoenzolen naar de schoenenfabriek.

Ga achter het Halve Zolenpad linksaf.
Aan de linkerkant is een oude spoorsloot met wilgen- en bramenstruiken langs de oevers.

Opdracht 1 : Waarom denk je dat deze sloot “spoorsloot” wordt genoemd?
Kijk om de beurt met de verrekijker rond of je iets leuks ziet.

Volg het pad naar links en neem de eerste weg naar rechts waar je een bordje met een pijl naar rechts ziet. Hier staan enkele knotwilgen.

Opdracht 2 : Weet jij hoe ze aan de naam ‘knotwilg’ komen?

Een knotwilg is een wilg die regelmatig (elke één tot vijf jaar) op circa 2 m hoogte wordt afgezaagd.
Ieder jaar maakt de wilg dan aan het uiteinde van de stam vele nieuwe dunne jonge loten/scheuten (wilgentenen) die kunnen worden geoogst door ze opnieuw te knotten. Doordat er elk jaar meer scheuten bijkomen, wordt de bovenzijde van de boom steeds dikker, waardoor zich de 'knot' vormt waar de knotwilg z'n naam aan dankt. Voor het gebruik van wilgentenen wordt de wilg op maximaal 50 cm hoogte geknot.
Aanplantingen die op deze wijze worden geknot worden grienden genoemd. In Nederland worden vanouds wilgentenen gebruikt. Dit zijn de dunne takken van de katwilg. Hiermee worden bijvoorbeeld manden gevlochten. Ook worden ze toegepast in tuinschermen. In de humusrijke knot broeden soms eenden en kunnen ook planten groeien. Snelgroeiende planten als de vlierstruik of de lijsterbes kunnen zo een knotwilg laten splijten.
Een knotwilg kan zo'n vijftig jaar oud worden.

Aan de rechterkant groeit een es. Verder langs dit pad kun je fluitenkruid en pitrus vinden. In het slootje aan de linkerkant komt veel kwel voor. Dat is grondwater dat aan de oppervlakte komt na een verblijf van soms duizenden jaren onder de grond. Het water kan er bruin uit zien omdat er ijzer in zit. Het olieachtige blauwe vlies op het water is geen vervuiling maar komt door ijzerbacteriën.

Volg de bocht naar rechts.
Aan de andere kant van de sloot groeit een elzenhaag met varens eronder. Je ziet meer elzenhagen langs weitjes. Die groeiden hier heel lang geleden ook al.
De els is een boom die hier heel veel voor komt.

Als je met een elzenprop op je hand tikt, vallen er kleine zaadjes op je hand.
Bekijk met je loep nog even deze elzenzaadjes.
De zaadjes kunnen een tijdje op het water drijven zodat ze een heel eind van de moederboom terecht komen. Of ze worden door de wind meegevoerd om uiteindelijk op een geschikt plekje te ontkiemen en een nieuwe boom te worden.

Opdracht 3 : Je ziet misschien lange staafjes in de els hangen. In het voorjaar zijn ze het langst. Dit zijn mannelijke katjes (de bloemen) waar in het voorjaar wolken stuifmeel uit vallen op de veel kleinere vrouwelijke ‘bloemen’ . Probeer eens te ontdekken wat de mannelijke en wat de vrouwelijke ‘bloemen’ zijn.
Voel eens aan het elzenblad. Je merkt dat het plakt, net als lijm. Als je goed kijkt, zie je tussen de bladeren, afhankelijk van het seizoen, groene of bruinzwarte kegeltjes hangen.
Dit zijn de elzenproppen, de vruchten van deze boom.

Loop niet door tot aan het populierenbos, maar sla bij een heel dikke populier rechtsaf, door het hek het weiland in. Aan de linkerkant kun je het slagenlandschap heel goed bekijken. Langs ieder weitje groeit een elzenhaag.

Vanuit een oeverwal werden lange, smalle en evenwijdige percelen loodrecht hierop aangelegd. Deze hadden de afmetingen van een slag, gewoonlijk 1600 meter lang en 96 meter breed. In dit gebied werd moer (veen) gewonnen, waarna het nu laaggelegen gebied in cultuur werd gebracht. Een kwart van de oppervlakte werd gebruikt voor ontwatering, die geschiedde door een stelsel van evenwijdige sloten die aan de lange zijden van de perceelsgrenzen te vinden waren. De aarde die uit de sloot vrijkwam werd gebruikt om het akkerland op te hogen. De eigenaar van de grond kon in de lengterichting verder ontginnen en was verplicht om elzen langs de slootkant te planten. Deze verstevigden niet alleen het talud, maar ze leverden tevens brandhout en geriefhout en boden een schuilplek voor vogels en kleine dieren.

Opdracht 4 :
Ben je al eens door een brandnetel geprikt? Dat is niet leuk en zeker niet als het meerdere keren gebeurt. In deze wei groeit een plant die dat branderige gevoel verzacht. Dat is hondsdraf. Wanneer je deze plant ziet, pluk een blad, kneus het een beetje, zodat het vocht eruit komt en smeer dit op de zere plek.

Opdracht 5 :
Aan het einde van het voorjaar zul je beslist een heleboel zwarte kevertjes op het elzenblad zien. Wanneer je nu enkele kevertjes in je loupe-potje laat vallen (potje onder het blad houden en met je andere hand er tegen tikken) dan kun je ze heel goed zien.
Hoeveel pootjes heeft dit elzenhaantje, want zo heet dit zwarte kevertje?

Als je hier in de herfst loopt, zie je misschien veel vogeltjes in de elzenbomen zitten. Zijn het sijsjes die de zaadjes uit de elzenproppen pikken?
Zie je onderweg een grote stapel takken liggen, dan zou dat best eens de schuilplaats van een bunzing kunnen zijn.

Als je doorgelopen bent tot aan de elzenhaag kun je alleen maar linksaf. Vlak voordat je linksaf slaat zie je aan je rechterkant een grote populier met mos er op. Voel maar eens hoe zacht dat is.

Je loopt nu door een weitje met aan weerszijden een sloot.
Je loopt nu door één van de mooiste voorbeelden van het slagenlandschap.

Opdracht 6 : Stop halverwege het weitje aan de slootkant rechts. Gebruik hier je schepnet. Schep eens wat waterplanten in je bakje. Het is bijna zeker dat er een aantal waterbeestjes in zitten die je in je loupe-potje kunt bekijken. Spoel alles weer schoon voor je vertrekt.

Aan dezelfde kant van het weitje zie je in de sloot, dikke lange biezen in het
water groeien. Dit zijn mattenbiezen. Die worden al heel lang gebruikt voor het vlechten van matten en stoelzittingen.
Je vindt hier ook waterlelies en op het water drijft eendenkroos.

Aan het einde van het weitje steek je de houten brug over en sla je rechtsaf.
Steek de weg nog niet over en kijk uit voor het verkeer! Je loopt langs de oude turfvaart. Vroeger heette de turfvaart ‘Kruisvaart’ . Dat is nu de naam van de weg. Aan de rechterkant staan wilgen. Aan de overkant van de weg groeien essen.

Opdracht 7 : Welk verschil zie je tussen de schors van de wilg en de schors van de es?

Kijk goed uit voor het verkeer als je de weg oversteekt! Steek bij het derde hek de weg over. Loop door het hek. Links zie je een populierenbos en rechts populieren die worden geknot.
Rechts kijk je uit over weilanden. Volg het pad. Je kunt kiezen of je rechtsaf slaat naar de 'vogelkijkwand' of rechtdoor.

Blijf je het pad volgen, dan kom je bij zes "petgaten".
Bij de vervening werd moer gebaggerd uit lang gerekte veenputten om gedroogd te gebruiken als turf. Het gewonnen veen werd neergelegd op smalle stroken land, de legakkers. Daartussen bleven langgerekte plassen over, de petten, petgaten of trekgaten.

Loop tussen het 2e en 3e petgat door naar een soort schutting, dit is een ‘vogelkijkwand ‘. Daar kun je naar vogels kijken zonder zelf gezien te worden. Alleen moet je dan wel stil zijn natuurlijk.

Opdracht 8 : Neem de verrekijker en probeer wat vogels te ontdekken. B.v. een watervogel, een roofvogel of een weidevogel. Kijk in de volgelgids of je kunt ontdekken hoe de vogels heten.

Opdracht 9:
Loop naar de houtwal en houdt het bakje er onder. Sla nu zachtjes op de takken. Er vallen allerlei insecten uit. Bekijk ze met het vergrootglas en zoek de namen op in de boekjes.

Loop rechts langs het 3e petgat terug in de richting van het pad waar je vandaan gekomen bent.
De petgaten groeien in de loop van de komende jaren vol met waterplanten. Nu zie je al veel planten langs de waterkant groeien. Over een aantal jaren zie je geen water meer. Dan zijn het trilvenen geworden. Vroeger werden ze papieren zolders of waggelbedden genoemd.

Opdracht 10 :
Loop naar de rand van het petgat en voel maar eens hoe zacht de grond is.

Terug bij het pad ga je rechtsaf en aan het eind linksaf. Voor de boerderij ga je weer naar links. Blijf langs de sloot lopen tot je de wei kunt verlaten door een hek. Steek de verharde weg over. Sla linksaf en neem het zandpad. Er groeien hazelaars langs de weg. Die leveren hazelnoten. Misschien kun je ze herkennen aan de rechte, tegen elkaar groeiende stammetjes met zigzaggende jonge takjes.

Het pad buigt rechtsaf. In de bocht en verderop langs dit pad, zie je planten met een heel groot blad. Deze plant heet grote klit. Als deze planten bloeien of vrucht dragen snap je gelijk deze naam. De stekelige bolletjes zijn net klittenband.

Links en rechts is populierenbos. Veel bomen hebben ‘sokken van mos’ .
Aan het eind van het pad verlaat je het bos via een houten bruggetje over de sloot.

Als je het pad vervolgt (na het houten bruggetje rechtsaf) kom je weer bij het beginpunt van de wandeling uit.

Onze foto's
22 december 2011
kerstdiner
21 december 2011
schaatsen
9 december 2011
Kerstcrea
5 december 2011
sinterklaasviering in groep 5b
24 november 2011
schoen zetten in groep 5b
22 november 2011
Pietenmiddag voor groep 5b
4 november 2011
tekenles 5b in de Bergen
21 oktober 2011
Laarzenpad 5b